Basecamp

Basecamp is een gratis programma van Garmin dat gebruikt wordt om routes en tracks uit te werken en te beheren. Je kan het downloaden op de site van Garmin. Het programma is veelzijdig. Een handleiding vind je op de site van Garmin. Maar hoe je deze software gebruikt om een traject uit te werken en op je GPS te plaatsen wil ik hier wel wat aandacht geven. Voor het uitwerken van deze tekst gebruik ik de PC versie van Basecamp. De MAC versie is maar in details anders.

Voor we beginnen gaan we in op het verschil tussen een route en een spoor. Details op de site van Garmin.
Een route is een verzameling van punten. Beginpunt, eindpunt en via-punten. De software verbindt de punten met elkaar. Het is typisch voor de werking van een auto navigatie systeem. Je kan een route maken op de computer, ze daarna overbrengen naar een GPS toestel en vaststellen dat het GPS toestel andere wegen kiest dan je verwachtte.
Een spoor is een verzameling van coördinaten. Deze vormen een kruimelspoor dat je kan volgen. Voor wandelen of fietsen over een traject dat je gekozen hebt gebruik je best een spoor.

We maken gebruik van de mogelijkheden van routeerbare kaarten om een route te maken. Daarna gaan we de route omvormen tot een spoor. Eerst kiezen we het activiteitenprofiel via het voorlaatste icoontje op de balk. Wandelen fietsen …. We beginnen met de startplaats op de kaart te zoeken. Daarna klikken op het icoontje met 3 blokjes (of menu bewerken – route maken). Er verschijnt een venstertje waar je begin- en eindpunt kan ingeven. Het programma verbindt dan die punten. Voor onze toepassing is dat niet geschikt en dus sluiten we dat venster.

Vanaf nu is elke muisklik op de kaart een routepunt! Met Ctrl-Z kan je de laatste handeling ongedaan maken. Klik op het startpunt en klik dan op een volgend punt waar je langs wil komen. Het programma verbindt de twee punten en houdt hiermee rekening met het activiteitenprofiel. Wandelaars worden niet langs de autobaan gestuurd, auto’s gaan niet over graspaden. Zo ga je verder, punt per punt, met uitstippelen. Foutje gemaakt? Met Ctrl-Z ga je een stapje terug. Op de balk onderaan het scherm wordt de totale afstand van je traject weergegeven. Wanneer het traject naast het scherm dreigt te komen moet je de kaart wat verschuiven. Klikken en slepen gaat niet, bij het klikken maakt het programma een nieuw routepunt! Links boven op de kaart staat er een blauwe pijl (het Garmin-logo). Wanneer je er met de muis boven zweeft krijg je een windroos en door daar op te klikken verschuift de kaart in de aangegeven richting. Wanneer je klaar bent met het uitwerken van de route klik je op het hand icoontje om de routering te stoppen.

We hebben nu een route maar op het gps toestel werken we met een spoor, een track. In het venster links naast de kaart is de route waar we mee bezig zijn nog geselecteerd. Met een rechter muisklik op deze route krijgen we een pop-up menu en daaruit kiezen we “Spoor maken van geselecteerde route” en er verschijnt een nieuw lijntje in het venster, deze keer met 2 voetjes als icoon. Dit spoor kunnen we exporteren naar een Garmin gps toestel of downloaden als gpx-bestand. Hiervoor het spoor selecteren in het venster en via de menu kiezen voor bestand – exporteren – selectie exporteren. Dat bestand kan je dat overbrengen naar een gps-toestel, vb een telefoon.

Basecamp

Een reactie achterlaten

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Schuiven naar boven